Behandeling van meningokokkeninfectie
Alle patiënten met een meningokokkeninfectie, of bij wie een meningokokkeninfectie wordt vermoed, moeten onmiddellijk worden opgenomen in een gespecialiseerde afdeling of diagnostische eenheid. Daar wordt een uitgebreide behandeling voor meningokokkeninfectie gegeven, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst van de ziekte.
Antibacteriële therapie voor meningokokkeninfectie
Bij gegeneraliseerde meningokokkeninfectie blijft penicillinetherapie met hoge doses effectief. Benzylpenicilline-kaliumzout wordt intramusculair toegediend met een dosering van 200.000-300.000 IE/kg per dag. Voor kinderen van 3-6 maanden is de dosering 300.000-400.000 IE/kg per dag. De dagelijkse dosis wordt in gelijke delen om de 4 uur toegediend, zonder nachtelijke onderbreking. Voor kinderen in de eerste 3 maanden wordt aanbevolen de intervallen te verkorten tot 3 uur.
Bij ernstige gevallen van meningo-encefalitis, en met name ependymitis, is intraveneuze benzylpenicilline geïndiceerd. Een duidelijk klinisch effect is zichtbaar binnen 10-12 uur na aanvang van de penicillinebehandeling. Het verlagen van de penicillinedosis wordt afgeraden tot de volledige kuur is afgerond (5-8 dagen). Tegen die tijd verbetert de algemene toestand, normaliseert de lichaamstemperatuur en verdwijnen de meningeale symptomen.
Hoewel penicillines effectief zijn bij de behandeling van meningokokkeninfecties, verdient het cefalosporine-antibioticum ceftriaxone (Rocephin) momenteel de voorkeur. Dit middel dringt goed door in het hersenvocht en wordt langzaam uit het lichaam verwijderd. Hierdoor kan de toediening beperkt worden tot één of twee keer per dag, met een maximale dosis van 50-100 mg/kg per dag.
Om de effectiviteit van de antibioticabehandeling te controleren, wordt een lumbaalpunctie uitgevoerd. Als de cytoplasmatische pleocytose niet meer dan 100 cellen/mm³ bedraagt en lymfocytair is, wordt de behandeling gestaakt. Als de pleocytose neutrofiel blijft, moet de antibioticatoediening met de vorige dosering nog 2-3 dagen worden voortgezet.
Het combineren van twee antibiotica wordt afgeraden, omdat dit de effectiviteit van de behandeling niet verbetert. Het gebruik van meerdere antibiotica tegelijk dient alleen overwogen te worden bij een bacteriële infectie (stafylokokken, proteus, enz.) of bij het ontstaan van purulente complicaties, zoals longontsteking, osteomyelitis, enz.
Indien nodig kan natriumsucinaat (chloramfenicol) worden voorgeschreven in een dosering van 50-100 mg/kg per dag. De dagelijkse dosis wordt verdeeld over 3-4 doses. De behandeling wordt 6-8 dagen voortgezet.
Symptomatische behandeling van meningokokkeninfectie
Naast etiotrope therapie voor meningokokkeninfectie wordt een reeks pathogene maatregelen genomen om toxicose te bestrijden en de stofwisselingsprocessen te normaliseren. Hiervoor krijgen patiënten een optimale hoeveelheid vocht toegediend via drinken en intraveneuze infusies van 1,5% reambergineoplossing, rheopolyglycine, 5-10% glucoseoplossing, plasma, albumine en andere stoffen. Vocht wordt intraveneus toegediend met een snelheid van 50-100-200 mg/kg per dag, afhankelijk van leeftijd, ernst van de aandoening, vocht- en elektrolytenbalans en nierfunctie. Donorimmunoglobuline is ook geïndiceerd en probiotica (zoals Acipol) worden voorgeschreven.
In zeer ernstige gevallen van meningokokkenziekte in combinatie met acuut bijnierinsufficiëntiesyndroom, dient de behandeling te beginnen met intraveneuze vochttoediening (bijv. Hemodez, rheopolyglucine, 10% glucoseoplossing) totdat een pols voelbaar is, gevolgd door hydrocortison (20-50 mg). De dagelijkse dosis glucocorticoïden kan worden verhoogd tot 5-10 mg/kg prednisolon of 20-30 mg/kg hydrocortison. Zodra een pols voelbaar is, dient de vochttoediening te worden overgeschakeld op intraveneuze infusie.
